Inkoopprocedures voor opdrachten onder de Europese aanbestedingsgrens

Op deze pagina kunt u een overzicht vinden van de inkoopprocedures onder de Europese aanbestedingsdrempel.

De Aanbestedingswet kent voor opdrachten onder de € 207.000 (Europese grens) drie inkoopprocedures:

  1. Enkelvoudig onderhands 
    Een opdracht wordt direct aan één leverancier gegund, zonder dat er meerdere offertes worden aangevraagd.

  2. Meervoudig onderhands
    Bij een aantal geselecteerde leveranciers worden offertes aangevraagd. De offerte met de beste aanbieding wint de opdracht.

  3. Nationale aanbesteding
    De opdracht wordt openbaar aangekondigd. Een nationale aanbesteding kan zonder voorselectie (iedere geschikte leverancier kan een offerte indienen) of met voorselectie (eerst worden drie tot vijf leveranciers geselecteerd die een offerte mogen indienen). De leverancier met de beste offerte wint de opdracht.

De universiteit heeft concurrentiestelling bij inkopen boven de € 50.000 verplicht gesteld, dat betekent of meervoudig onderhands of nationale aanbesteding.

De Aanbestedingswet stelt allerlei eisen aan het inkopen door publiekrechtelijke rechtspersonen zoals de universiteit. De volgende zaken gelden voor alle opdrachten:

  • Op basis van objectieve criteria moet worden bepaald hoe de opdracht zal worden gegund.

  • Op basis van objectieve criteria moet worden bepaald welke leveranciers worden toegelaten tot de inkoopprocedure.

  • Opdrachten mogen niet onnodig worden samengevoegd en samengevoegde opdrachten moeten in percelen worden onderverdeeld. Bij afwijking dient dit gemotiveerd te worden.

  • De administratieve lasten die samenhangen met het inkooptraject dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.

De wet stelt de volgende eisen aan een opdracht die meervoudig onderhands wordt uitgevraagd:

  • De inschrijvers worden gelijk behandeld.

  • De inschrijvers moeten een gemotiveerde afwijzings-/gunningsbeslissing ontvangen.

Voor nationale aanbestedingen gelden de volgende principes:

  • Ondernemers worden gelijk behandeld.

  • De universiteit moet transparant handelen.

Deze wettelijke eisen golden al, ze komen voort uit algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In de Aanbestedingswet zijn ze concreet gemaakt voor het inkopen. Dit kan betekenen dat leveranciers en bedrijven om inlichtingen vragen aangaande inkooptrajecten of dat ze met de Aanbestedingswet in de hand verzoeken om een aanbieding te mogen doen. Inkooptrajecten onder de drempel zullen dus zorgvuldig moeten worden uitgevoerd om geen problemen te krijgen met de naleving van de Aanbestedingswet.

Per opdracht kan worden bepaald of een meervoudig onderhandse of een nationale aanbesteding op zijn plaats is. Dit is niet alleen afhankelijk van de waarde van de opdracht. Er moet ook goed worden gekeken naar de kosten van de inkoopprocedure zelf, zowel voor de universiteit, maar ook voor bedrijven. Een nationale aanbesteding brengt meer (administratieve) kosten met zich mee, die niet altijd in verhouding staan tot de opbrengst. Een nationale aanbesteding kan ook met voorselectie, dan worden eerst drie tot vijf bedrijven geselecteerd op basis van objectieve criteria. Deze geselecteerde bedrijven worden vervolgens uitgenodigd een inhoudelijke offerte in te dienen.

 
Laatst Gewijzigd: 08-09-2014